Veelgebruikte uitdrukkingen in het Nederlands

Het Nederlands dat je in echte gesprekken hoort, is niet het Nederlands uit je leerboek. Echt gesproken Nederlands zit vol kleine partikels, discourse markers en modale patronen die de toon van een zin veranderen zonder de betekenis aan te passen. Elke uitdrukking hieronder linkt naar korte videoclips van moedertaalsprekers die ze in context gebruiken, met makkelijke clips voor beginners en moeilijkere voor wie hun luistervaardigheid verder wil trainen.

Discoursemarkeerders

Idiomatische uitdrukkingen

Waarom uitdrukkingen in het Nederlands lastig zijn voor wie de taal leert

Lees meer

Het Nederlands leunt zwaar op modale partikels. Dat zijn kleine woorden zoals maar, eens, toch, wel en hoor die een zin zachter, sterker of voorzichtiger maken. Een kaal “kom” klinkt kortaf; “kom maar” stelt gerust; “kom eens” is een vriendelijke uitnodiging. In leerboeken worden ze vaak overgeslagen omdat ze niet makkelijk te vertalen zijn, maar moedertaalsprekers stapelen ze voortdurend.

De uitdrukkingen op deze pagina vallen uiteen in een paar patronen: imperatieven met maar, imperatieven met eens, discourse markers, openers met modaal werkwoord en voornaamwoord, versterkers en afzwakkers, ontkenningspatronen en vaste idiomatische uitdrukkingen.

Hoe gebruik je deze pagina

Lees meer

Zoek je luisteroefening in het Nederlands voor één specifiek patroon? Op elke uitdrukkingspagina vind je alle clips uit de catalogus waarin die uitdrukking voorkomt. Zo kun je één uitdrukking terugluisteren met verschillende stemmen, accenten en contexten tot het patroon blijft hangen. Begin met de makkelijke clips voor beginners en ga daarna naar de moeilijkere zodra je aan het tempo gewend raakt.