Engels-grammatica

De enige grammaticacatalogus die beide kanten van de taal laat zien: de leerboekregels die je op school leert en het echte Engels dat moedertaalsprekers echt gebruiken. Elk voorbeeld is een ongescripte clip van een echte moedertaalspreker, nooit verzonnen.

Voorwaardelijke zinnen

Voorwaardelijke zinnen beschrijven wat er gebeurt of zou gebeuren onder bepaalde omstandigheden. Het Engels kent verschillende types, van de zero conditional (feiten) tot de third conditional (hypothetisch verleden).

· Zero Conditional

· First Conditional

· Second Conditional

· Third Conditional

· Mixed Conditionals

Tegenwoordige tijden

Het Engels kent vier tegenwoordige tijden. Elke tijd drukt iets anders uit: een handeling die nu gebeurt, een gewoonte of een verbinding met het verleden.

· Present Simple

· Present Continuous

· Present Perfect

· Present Perfect Continuous

· There’s / There Are

Verleden tijden

De Engelse verleden tijden hebben elk hun eigen functie: past simple vertelt afgeronde gebeurtenissen, past continuous schetst de achtergrond, en past perfect grijpt terug naar een moment vóór een ander punt in het verleden.

· Past Simple

· Past Continuous

· Past Perfect

Toekomstvormen

Het Engels kent geen enkele toekomende tijd. In plaats daarvan gebruikt het verschillende vormen, afhankelijk van wat je wilt uitdrukken: een voorspelling, plan, besluit of geplande gebeurtenis.

· Will

· Going To

· Future Continuous

· Gonna / Wanna / Gotta

· Future in the Past

Modale werkwoorden

Modale werkwoorden drukken uit wat mogelijk, noodzakelijk, zeker of toegestaan is. Het Engels gebruikt can, could, should, must, might, may en combinaties daarvan voor een breed scala aan betekenissen, van simpel kunnen tot spijt over het verleden.

· Can / Could / May

· Must / Should / Have To

· Might / Must / Can’t

· Should Have / Could Have / Must Have

Indirecte rede

Indirecte rede, in het Engels ook wel reported speech genoemd, is hoe je beschrijft wat iemand zei zonder letterlijk te citeren. Daarbij verschuiven tijden, voornaamwoorden en tijdsaanduidingen.

· Indirecte mededelingen

· Indirecte vragen

· Indirecte bevelen

Lijdende vorm

De lijdende vorm verschuift de focus van wie iets doet naar wat ermee gedaan wordt. De vorm komt voor in alle tijden en is gebruikelijk in nieuws, formele teksten en spreektaal, vooral met "get".

· Lijdende vorm tegenwoordige tijd

· Lijdende vorm verleden tijd

· Lijdende vorm voltooide tijd

· Get-passief

Wensen & hypothetische situaties

Constructies voor spijt, verlangen of onwerkelijke situaties, met een verleden tijdsvorm voor een huidige betekenis. Moedertaalsprekers gebruiken ze de hele tijd: van kleine ergernissen (“I wish you’d listen”) tot diepe spijt (“I wish I had studied harder”) tot beleefde voorkeuren (“I’d rather you didn’t”).

· I Wish (heden)

· I Wish (verleden)

· Would Rather

· Suppose / Imagine

Gewoontes in het verleden

Hoe moedertaalsprekers praten over dingen die vroeger waar waren of herhaaldelijk gebeurden. “Used to” is de meest gebruikte vorm, maar “would” voor terugkerende gebeurtenissen en de constructies “be/get used to” voor gewenning zijn net zo belangrijk en worden vaak door elkaar gehaald.

· Used To

· Be Used To

· Get Used To

· Would (gewoonte)