Engels-grammatica
Tegenwoordige tijden
Het Engels kent vier tegenwoordige tijden. Elke tijd drukt iets anders uit: een handeling die nu gebeurt, een gewoonte of een verbinding met het verleden.
Tegenwoordige tijden uit het leerboek
De standaardvormen die wereldwijd in Engels-cursussen worden gegeven, geïllustreerd met echte clips van moedertaalsprekers, geen verzonnen voorbeelden.
Present Simple
Subject + base verb (+ -s for he/she/it)
Voor gewoontes, routines, feiten en algemene waarheden. De meest voorkomende en veelzijdige tijd in het alledaagse Engels.
Present Continuous
Subject + am/is/are + verb-ing
Voor handelingen die nu plaatsvinden, tijdelijke situaties en vaste toekomstplannen. Ook wel present progressive genoemd.
Present Perfect
Subject + have/has + past participle
Verbindt gebeurtenissen uit het verleden met het huidige moment. Voor ervaringen, recent nieuws en situaties die in het verleden begonnen en nu nog relevant zijn. Een van de lastigste tijden voor taalleerders.
Present Perfect Continuous
Subject + have/has been + verb-ing
Benadrukt hoe lang iets al bezig is. Voor doorlopende handelingen die in het verleden begonnen en nog doorgaan, of pas net gestopt zijn.
There’s / There Are
There + is/are/was/were (+ noun phrase)
Gebruikt om iets nieuws in het gesprek te brengen of te zeggen wat er ergens is. “There’s a problem.” “There are three options.” “There was no one around.” In spreektaal blijft “there’s” vaak enkelvoud, ook bij meervoud: “There’s a lot of people.”