Engels-grammatica
Toekomstvormen
Het Engels kent geen enkele toekomende tijd. In plaats daarvan gebruikt het verschillende vormen, afhankelijk van wat je wilt uitdrukken: een voorspelling, plan, besluit of geplande gebeurtenis.
Toekomstvormen uit het leerboek
De standaardvormen die wereldwijd in Engels-cursussen worden gegeven, geïllustreerd met echte clips van moedertaalsprekers, geen verzonnen voorbeelden.
Will: voorspellingen en beslissingen
Subject + will + base verb
Voor spontane beslissingen, voorspellingen, beloftes en aanbiedingen. “I’ll call you back.” De meest veelzijdige vorm en de eerste die de meeste leerders leren kennen.
Going To: plannen en intenties
Subject + am/is/are going to + base verb
Voor plannen die al gemaakt zijn vóór het moment van spreken, en voor voorspellingen gebaseerd op wat je nu ziet. “It’s going to rain: look at those clouds.”
Future Continuous
Subject + will be + verb-ing
Voor handelingen die op een specifiek toekomstig moment bezig zullen zijn, of om beleefd naar iemands plannen te vragen. “I’ll be working all day tomorrow.”
Gonna / Wanna / Gotta
going to → gonna | want to → wanna | got to → gotta
Informele samentrekkingen van going to, want to en got to. Dit zijn spreektaalvormen die moedertaalsprekers voortdurend gebruiken maar in formele context bijna nooit schrijven. “I’m gonna call her.” “Do you wanna come?” “We gotta leave now.” Onmisbaar om natuurlijk te klinken in een gesprek.
Future in the Past
was/were going to + base verb | would + base verb
Om over een toekomstig moment te praten vanuit het verleden. “I was going to call, but I forgot.” “He said he would come.” Het ging om iets dat toen gepland of verwacht was, of het nu wel of niet is doorgegaan.