Engels-grammatica
Modale werkwoorden
Modale werkwoorden drukken uit wat mogelijk, noodzakelijk, zeker of toegestaan is. Het Engels gebruikt can, could, should, must, might, may en combinaties daarvan voor een breed scala aan betekenissen, van simpel kunnen tot spijt over het verleden.
Modale werkwoorden uit het leerboek
De standaardvormen die wereldwijd in Engels-cursussen worden gegeven, geïllustreerd met echte clips van moedertaalsprekers, geen verzonnen voorbeelden.
Vermogen en toestemming
can / could / may + base verb
"Can" en "could" drukken vermogen of toestemming uit, in heden en verleden. "May" is formeler. "Could you help me?" klinkt beleefder dan "Can you help me?", een verschil dat moedertaalsprekers automatisch voelen.
Verplichting en advies
must / should / have to + base verb
"Must" en "have to" drukken een sterke verplichting uit, met een belangrijk verschil: "must" komt meestal van de spreker zelf, "have to" van een externe regel. "Should" geeft advies of een aanbeveling. Wie dit verschil snapt, klinkt meteen natuurlijker in het Engels.
Mogelijkheid en deductie
must / might / may / could / can’t + base verb
Deze modals lopen van zeker naar onzeker. "It must be true" (bijna zeker), "it might be him" (mogelijk), "she can’t be right" (bijna onmogelijk). Dezelfde werkwoorden die vermogen en verplichting uitdrukken, laten ook zien hoe zeker we ergens van zijn. De context bepaalt welke betekenis het is.
Modale werkwoorden in het verleden
should / could / might / may / must + have + past participle
"I must have lost it" (conclusie over het verleden), "she could have called" (gemiste kans), "they might have already left" (speculatie), "it shouldn’t have been done" (kritiek). In spreektaal wordt "have" bijna altijd samengetrokken tot 've: "should’ve", "could’ve", "must’ve". Dat klinkt zo sterk als "of" dat zelfs moedertaalsprekers het soms fout spellen als "should of". Past modals zijn een van de lastigste onderdelen voor leerders, maar ook een van de meest voorkomende in natuurlijke gesprekken.