Ochtendroutine van een vermoeide wiskundeleerkracht
B1 Dutch luisteroefening · Vlaams-Nederlands · Geschikt voor leerders op gemiddeld niveau
What does “rekenen op” mean in Dutch?
This Flemish comedy sketch about a maths teacher hides a clever pun. He wakes up next to “iemand waarop ik altijd ga kunnen rekenen. Mijn rekenmachine,” “someone I can always count on. My calculator.” The verb rekenen means “to calculate,” but rekenen op means “to count on, to rely on”, exactly the double meaning English has with “count on.”
The whole word family branches from there: rekenmachine (calculator), rekening (the bill, or a bank account), and wiskunde, the Dutch word for maths (literally “the science of what is certain”). This is Belgian Dutch (Flemish), so you’ll also catch a softer, southern accent. Learn rekenen op and you get the joke and a very useful verb.
Woordfrequentie
Hoe vaak komt de woordenschat voor in Dutch luisteroefening op B1-niveau?
Algemene woordfrequentie in het Nederlands
Woordfrequentie in gesproken Nederlands
Woorden boven het niveau van deze video
Korte uitleg bij woorden die verder gaan dan het B1-niveau van deze video.
Bron: wordfreq 3.1.1 (algemeen) · SUBTLEX-NL 2014 (gesproken). Categorieën zijn bij benadering; we slaan exacte rangordes niet op.
- ▸In Flemish and Dutch classrooms during maths
- ▸Saying you trust someone: “Ik reken op jou”
- ▸Asking for the bill: “de rekening, alstublieft”
- ▸In Flemish comedy and sketch shows
- ▸Encouraging someone: “Reken maar!” (“You bet!”)