Praten over het weer in een warme Praag
A2 Dutch luisteroefening · Vlaams-Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent „bleek“ in het Nederlands?
Bleek betekent bleek — de soort bleek die de aandacht trekt, of nu van ziekte, schrik, of, zoals vaker bij lichtgehuiden noordelingen in het buitenland gebeurt, simpelweg door te weinig zon. Het geldt voor gezichten, huid en kleuren. Het Nederlands gebruikt zowel wit als bleek voor een lichte huidskleur, maar bleek draagt de bijklank van zichtbaar uitgeput of uitgebleekt — een subtiel maar nuttig verschil.
In de clip beoordeelt een Belgische vlogger zijn armen in de Praagse zomerhitte en levert een droge dubbele constatering: „Ik ben heel wit, ik ben heel bleek“ — „Ik ben heel wit, ik ben heel bleek.“ Beide woorden achter elkaar gebruiken is van nature zelfspot: wit is een neutrale omschrijving, bleek duwt het naar „ongezond kleurloos.“ Je hoort bleek in uitdrukkingen als bleek zien („bleek lijken“) of bleek wegtrekken („bleek worden“, bij schok). Het woord deelt Germaanse wortels met het Engelse bleak en het Duitse bleich, allemaal afstammend van een protogermaanse stam die helder of schitterend betekende — diezelfde stam die, ironisch genoeg, ook woorden voor bleek en uitgebleekt opleverde.
Woordfrequentie
Hoe vaak komt de woordenschat voor in Dutch luisteroefening op A2-niveau?
Algemene woordfrequentie in het Nederlands
Woordfrequentie in gesproken Nederlands
Woorden boven het niveau van deze video
Korte uitleg bij woorden die verder gaan dan het A2-niveau van deze video.
Bron: wordfreq 3.1.1 (algemeen) · SUBTLEX-NL 2014 (gesproken). Categorieën zijn bij benadering; we slaan exacte rangordes niet op.