Inspanningsonderzoek bij kind met fietsen en ademanalyse
A2 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekenen „inademen“ en „uitademen“ in het Nederlands?
Nederlands bouwt richtingswerkwoorden door een voorvoegsel voor een basiswerkwoord te plakken. Ademen betekent „ademhalen“. Plak in- ervoor en je krijgt inademen — inademen. Plak uit- ervoor en je krijgt uitademen — uitademen. De voorvoegsels doen precies wat ze zeggen: in = naar binnen, uit = naar buiten. Dezelfde logica geldt voor honderden Nederlandse werkwoorden: inrijden / uitrijden, instappen / uitstappen, inladen / uitladen.
Een technicus die een kind begeleidt tijdens een ademtest zegt: „bij de volgende inademing gaan we“ („bij de volgende inademing gaan we“) en „inademen en uit“ („adem in en uit“) — het ingekorvene en uit laat het voorvoegsel alleen staan nadat het werkwoord al is impliceerd, wat precies de scheidbaarheid in actie toont. In persoonsvormen splitst het voorvoegsel af naar het einde: ik adem in, je ademt uit. Die splitsing markeert deze werkwoorden als scheidbaar, en zodra je het hoort, vallen ze je overal op.