Eenvoudige Nederlandse zinnen voor dagelijks gebruik
A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent “vloeiend” in het Nederlands?
Als je een taal soepel spreekt, zeg je in het Nederlands dat je die vloeiend spreekt. Het woord komt van vloeien, “stromen”, dus vloeiend spreken is letterlijk spreken op een manier die stroomt. Het Engels verbergt dezelfde afbeelding: “fluent” komt van het Latijnse fluere, ook “stromen”. Twee talen, één beeld — woorden die als water glad lopen.
De zin in de clip is “Ze spreekt vloeiend Nederlands” — zij spreekt vloeiend Nederlands. Vloeien (stromen) geeft een klein gezinnetje waterwoorden: vloeistof (een vloeistof, letterlijk “stroomstof”), de vloed (de vloed of opkomende getij, zoals in eb en vloed, eb en vloed), en overvloed (overvloed, een “overstrooming”). Vloeiend werkt zowel als bijvoeglijk naamwoord als als bijwoord: vloeiend Engels (vloeiend Engels), zij leest vloeiend (zij leest vloeiend).