Eenvoudig Nederlands verhaaltje over man, vrouw en café

WhatsAppGmailTelegramE-mail

A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners

💡 Wist je dat?

Wat betekent „sportschool” in het Nederlands?

sportschool
Nederlands woordvorming
Een sportschool is een fitnesszaal — sport + school, waarbij het laatste woord (school) het soort plaats aanduidt.

In het Nederlands is een fitnesszaal een sportschool — letterlijk „sport school”. Het is een helder voorbeeld van hoe Nederlandse samengestelde woorden werken: het laatste woord noemt het soort ding (een school/plaats), en het eerste woord beperkt het (voor sport). Het betekent geen school die sport als vak geeft — het is de plek waar je gaat sporten. Zodra je het patroon ziet, noemen verwante plaatsen zichzelf.

Een man gaat na de lunch naar de sportschool: „Na de lunch gaat de man naar de sportschool. Hij vindt de sportschool leuk.” Het samenstellingspatroon komt door heel het Nederlands: een „rijschool” is een rijschool (van „rijden”), een „zwemschool” een zwemschool, een „muziekschool” een muziekschool. Het laatste woord vertelt wat voor soort ding het is; het eerste beperkt het. „Sport” zelf kwam in de negentiende eeuw uit het Engels naar het Nederlands en werd ongewijzigd overgenomen.

Ontdek comprehensible input in het Dutch op Reelang

Open de Nederlandse hub