Eenvoudig Nederlands verhaaltje over man, vrouw en café
A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent „sportschool” in het Nederlands?
In het Nederlands is een fitnesszaal een sportschool — letterlijk „sport school”. Het is een helder voorbeeld van hoe Nederlandse samengestelde woorden werken: het laatste woord noemt het soort ding (een school/plaats), en het eerste woord beperkt het (voor sport). Het betekent geen school die sport als vak geeft — het is de plek waar je gaat sporten. Zodra je het patroon ziet, noemen verwante plaatsen zichzelf.
Een man gaat na de lunch naar de sportschool: „Na de lunch gaat de man naar de sportschool. Hij vindt de sportschool leuk.” Het samenstellingspatroon komt door heel het Nederlands: een „rijschool” is een rijschool (van „rijden”), een „zwemschool” een zwemschool, een „muziekschool” een muziekschool. Het laatste woord vertelt wat voor soort ding het is; het eerste beperkt het. „Sport” zelf kwam in de negentiende eeuw uit het Engels naar het Nederlands en werd ongewijzigd overgenomen.