Wat betekent het woord zoetekauw in het Nederlands?
A1 Dutch luisteroefening · Vlaams-Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent “zoetekauw” in het Nederlands?
Een zoetekauw is iemand die dol is op zoet — chocolade, koekjes, donuts. Het woord zet twee alledaagse stukjes aan elkaar: “zoet” (zoet) en “kauwen” (kauwen). Het Nederlands bouwt veel “persoon”-woorden zo, door wat iemand leuk vindt of doet samen te voegen met wie ze zijn. Dezelfde “kauwen”-wortel zie je in “kauwgom” (kauwgom) — de gom die je kauwt. Dus met “zoetekauw” leer je in één keer de term voor zoetekauw, het woord voor kauwgom en het patroon erachter.
De presentatrice graait Kenny: “Kenny, je bent een zoetekauw” — Kenny, je bent een zoetekauw. Ze legt het woord direct uit: “Een zoetekauw is een persoon die graag dingen eet met suiker in.” Ze maakt ook de link met kauwgom expliciet: “dat komt van kauwen. Kauwen is wat je doet met je eten in je mond. Kauwgom.” Let op: in de gesproken taal lopen de twee delen in elkaar over als “zoete kauw”; de standaard geschreven vorm is het ene woord “zoetekauw.” De verkleinvorm “zoetekauwtje” wordt liefkozend gebruikt. Vergelijk “lekkerbek” — iemand die lekker eten in het algemeen graag ziet, waar “bek” mond of snavel betekent.