De of het bij voertuigen uitgelegd

WhatsAppGmailTelegramE-mail

A2 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners

💡 Wist je dat?

Wat betekent 'voertuig' in het Nederlands?

voertuig
Nederlands woordbouw
'voertuig'; letterlijk 'voer-tuig', van voeren (vervoeren) + -tuig (gereedschap, toestel)

Voertuig is een samengesteld woord van voer- (uit voeren, vervoeren of dragen) en -tuig (gereedschap, toestel) — letterlijk 'voer-tuig'. Duits doet precies hetzelfde met Fahrzeug (fahren + Zeug). Het woord noemt de hele categorie naar wat het doet: je ergens naartoe brengen. Let op: het woord zelf is onzijdig — het voertuig — terwijl veel afzonderlijke voertuigen de-woorden zijn (de bus, de trein, de auto), dus het einde bepaalt niet het lidwoord voor de hele categorie.

Hetzelfde patroon zie je bij vaartuig ('vaartuig'), waar vaar- uit varen komt (zeilen/per water reizen) — dezelfde achtervoegsel -tuig, een ander bewegingswerkwoord. Beide woorden laten zien hoe Nederlandse samengestelde woorden hun functie in hun structuur verwerken. In de clip gaat leraar Kenny een lijst met voertuigen door en welk lidwoord erbij hoort — een herinnering dat de versus het in het Nederlands woord voor woord geleerd moet worden en niet af te leiden is van de uitgang.

Ontdek comprehensible input in het Dutch op Reelang

Open de Nederlandse hub