De of het bij mens, vrouw en kind
A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Waarom is het „het meisje” en niet „de meisje” in het Nederlands?
Nederlands heeft twee bepaalde lidwoorden: de (onzijdig) en het (onzijdig). Bij woorden voor mensen verwachten beginners overal de — en dat klopt voor de vrouw, de man, de jongen. Dan duiken het meisje en het kind op, beide onzijdig. De regel: elk Nederlands verkleinwoord (eindigend op -je) is grammaticaal onzijdig, dus meisje — het verkleinwoord van meid — is altijd het. En kind is simpelweg een lexicaal onzijdig zelfstandig naamwoord, punt.
De verkleinwoordregel is een van de betrouwbaarste snelwegen in het Nederlands: wat het geslacht van het basiswoord ook is, voeg je -je toe en het wordt het. Dus de boot → het bootje, de man → het mannetje. Het vangnet is dat voornaamwoorden nog wel het biologische geslacht kunnen volgen — een meisje is het als zelfstandig naamwoord maar zij (zij) als je ernaar terugverwijst. De clip maakt het contrast onmiskenbaar: de jongen vlak voor het meisje, daarna het kind direct gevolgd door de kinderen (meervoud), want alle Nederlandse meervouden nemen de, onzijdig of niet.