Adjectifs pour décrire des objets abîmés
A2 French luisteroefening · Frans · Geschikt voor beginners
Wat betekent 'abîmé' in het Frans?
Abîmé(e) is een heel gewoon Frans bijvoeglijk naamwoord. Het betekent dat iets beschadigd, kapot of versleten is — niet meer in goede staat. Je kunt het voor bijna elk voorwerp gebruiken: kleding, meubelen, een auto, eten of een gebouw. De reel laat veel manieren zien waarop dingen kapotgaan. Een auto krijgt een deuk (cabossée). Een kopje krijgt een scheurtje (ébréchée). Een muur krijgt een scheur (fissuré). Abîmé(e) dekt al deze gevallen met één woord.
De titel van de reel is « Adjectifs pour décrire des objets abîmés » — 'Bijvoeglijke naamwoorden om beschadigde voorwerpen te beschrijven.' Abîmé is het parapluwoord; de clip laat daarna specifieke soorten schade zien. Uit de clip: « La voiture est cabossée. » (De auto heeft een deuk.) « La tasse est ébréchée. » (Het kopje heeft een scheurtje.) « Le mur est fissuré. » (De muur heeft een scheur.) « La poubelle est rouillée. » (De prullenbak is verroest.) Elke zin gebruikt een specifiek bijvoeglijk naamwoord, maar je zou ze allemaal kunnen vervangen door abîmé(e) en nog steeds kloppen ze. Abîmé buigt mee met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: un livre abîmé (een beschadigd boek, mannelijk), une veste abîmée (een beschadigde jas, vrouwelijk), des chaussures abîmées (verslete schoenen, meervoud). Twee alledaagse voorbeelden: « Ce canapé est vraiment abîmé. » (Deze bank is echt versleten.) « Les fruits sont abîmés, on ne peut plus les manger. » (Het fruit is kapot, we kunnen het niet meer eten.)