Langsam wandern und einfache Wörter im Wald lernen
A1 German luisteroefening · Duits · Geschikt voor beginners
Wat betekent wandern in het Duits?
In het Duits betekent wandern wandelen of toerwandelen door de natuur — een andere activiteit dan gaan (lopen/gaan) of een onbezorgd spazieren (slenteren). Het impliceert een route, inspanning en het buitenland: heuvels, bossen, paden. Wandelen is een geliefd Duits vermaak, en het Engels leende de geest ervan volledig in Wanderlust — wandern + Lust (verlangen) — de trek om te dwalen.
De clip is puur wandern in actie: de verteller klimt een steil (hellend) pad op de Berg, rust op een Parkbank, eet een appel en geniet van de Aussicht (uitsicht) over de stad. De nuttige verwanten delen allemaal de stam: der Wanderer (wandelaar), die Wanderung (een wandeling), der Wanderweg (wandelpad) en Wanderschuhe (wandelschoenen) — die de verteller erkent te zijn vergeten (Ik heb geen Wanderschuhe, das sind normale Schuhe). Het woord gaat terug tot het Middenhoogduits en werd een Duits romantisch ideaal van vereniging met de natuur; het Engels leende Wanderlust uit diezelfde cultuur rond 1902.
Woordfrequentie
Hoe vaak komt de woordenschat voor in German luisteroefening op A1-niveau?
Algemene woordfrequentie in het Duits
Woordfrequentie in gesproken Duits
Woorden boven het niveau van deze video
Korte uitleg bij woorden die verder gaan dan het A1-niveau van deze video.
Bron: wordfreq 3.1.1 (algemeen) · SUBTLEX-DE 2011 (gesproken). Categorieën zijn bij benadering; we slaan exacte rangordes niet op.