Kleuren, muren en wonen in Amsterdam
A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent „muur” in het Nederlands?
Muur (muur) is een van de eerste Nederlandse woorden die leerkrachten oppikken. Wat je gemakkelijk over het hoofd ziet: het komt van het Latijnse murus (muur), en diezelfde wortel geeft het Engelse het woord mural. Een muurschildering is een „mural” omdat het op een murus komt. Dus elke keer dat je muur in het Nederlands hoort, schuilt er een Engels kunstwoord net erachter, beide met dezelfde voorouder.
In haar Amsterdamse flat houdt Novelle zes verfmonsters omhoog en noemt elke muur die ze wil kleuren: „Voor de muur. En deze muur. En die muur.” De meervoudsvorm is muren. Latijns murus verspreidde zich wijd over Europese talen: Frans mur, Spaans muro, Italiaans muro — en het Engelse leende de bijvoeglijke vorm muralis (van de muur) om mural te vormen. Het Nederlands erfde het zelfstandig naamwoord direct uit het Latijn via het Oudnederlandse mūr. In de wielersport is de muur ook de naam voor enkele van de steilste kasseienklimmen op de route van de Vlaamse klassiekers — met name de Muur van Geraardsbergen — dus het woord draagt gewicht ver verder dan interieurverf. Veelvoorkomende gebruiken: een muur schilderen (een muur schilderen), tegen de muur (tegen de muur), een blinde muur (een blinde muur zonder ramen).
Woordfrequentie
Hoe vaak komt de woordenschat voor in Dutch luisteroefening op A1-niveau?
Algemene woordfrequentie in het Nederlands
Woordfrequentie in gesproken Nederlands
Woorden boven het niveau van deze video
Korte uitleg bij woorden die verder gaan dan het A1-niveau van deze video.
Bron: wordfreq 3.1.1 (algemeen) · SUBTLEX-NL 2014 (gesproken). Categorieën zijn bij benadering; we slaan exacte rangordes niet op.