Boodschappen doen in het Nederlands: vragen en antwoorden
A1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor beginners
Wat betekent “boodschappen” in het Nederlands?
In het Nederlands betekent boodschappen doen boodschappen doen. Het woord boodschappen (meervoud van boodschap) betekende oorspronkelijk opdrachten of berichten — je werd ergens heengestuurd om iets uit te voeren. Met de tijd namen de dingen die je terugbracht — de boodschappen — het woord over. Dus “je boodschappen doen” draagt nog steeds dat oude idee van op een opdracht uitgaan, alleen eindigt die nu in de supermarkt.
De gesproken vraag hier — “Bij welke supermarkt doet u de boodschappen?” (Bij welke supermarkt doet u de boodschappen?) — is leerboekmatig natuurlijk gebruik. Boodschap gaat terug op het Middelnederlandse bodescap, van bode (bode) + -schap (een achtervoegsel dat zelfstandige naamwoorden vormt). Het Duits houdt de oorspronkelijke betekenis duidelijk in Botschaft (ambassade, letterlijk “de opdracht of boodschap”). In het moderne Nederlands betekent het enkelvoud boodschap nog steeds een stukje nieuws of een bericht in formele contexten: een slechte boodschap (slecht nieuws), een boodschap achterlaten (een bericht achterlaten). Het meervoud boodschappen betekent bijna altijd boodschappen. Andere handige uitdrukkingen: een boodschappenlijstje (een boodschappenlijstje, met de verkleiningsvorm -je), boodschappentas (boodschappentas), de boodschappen ophalen (de boodschappen ophalen).