Boodschappen doen in 2020 vs nu: inflatie shock
B1 Dutch luisteroefening · Nederlands · Geschikt voor leerders op gemiddeld niveau
Waarom zeggen Nederlanders 'bonnetje' in plaats van 'bon' voor een bonnetje?
Nederlands grijpt constant naar verkleinwoorden, zelfs als er niets kleins is. Bonnetje ('klein bonnetje') is het alledaagse Nederlandse woord voor elk winkelbonnetje, zelfs een lang. Het komt van bon (het bonnetje zelf) plus de verkleinende uitgang -tje. Nederlanders schuiven het verkleinwoord ook in andere winkelwoorden: zakje (een klein zakje), kaartje (een kaartje), koffietje (een koffietje). De uitgangen maken het zelfstandig naamwoord zachter en laten de spreker vriendelijker klinken; Nederlands-Nederlands is erom bekend.
In deze clip houdt een Nederlandse koper een bonnetje uit 2020 ('een bonnetje uit 2020') omhoog en vergelijkt de prijzen met vandaag: boter 40% duurder, champignons 40% duurder, verse friet 81% duurder. Het bonnetje wordt een klein documentair over inflatie.
Woordfrequentie
Hoe vaak komt de woordenschat voor in Dutch luisteroefening op B1-niveau?
Algemene woordfrequentie in het Nederlands
Woordfrequentie in gesproken Nederlands
Woorden boven het niveau van deze video
Korte uitleg bij woorden die verder gaan dan het B1-niveau van deze video.
Bron: wordfreq 3.1.1 (algemeen) · SUBTLEX-NL 2014 (gesproken). Categorieën zijn bij benadering; we slaan exacte rangordes niet op.
- ▸In Dutch supermarket and retail content (Albert Heijn, Jumbo, Lidl Nederland)
- ▸In Dutch news features about household budgets (NOS, RTL Nieuws)
- ▸In Dutch sitcoms about shopping and family life (Toren C, Zwarte Tulp)
- ▸In Dutch tax-and-receipt content for self-employed workers
- ▸In Dutch parenting blogs about saving money